Opbrakel, een typisch Vlaamse-Ardennen-dorp, heeft heel wat toeristische troeven. Op de eerste plaats is er het mooie landschap, waar het aangenaam fietsen en wandelen is. Historische hoeven, een schattig parochiekerkje, dit zijn de momumenten die wij jullie kunnen aanbieden. En vergeet niet te verpozen in het Brakelbos, in het voorjaar geurig gedecoreerd met een zee van bloeiende boshyacinten (het blauwe kousje). De maalvaardige Verrebeekmolen is te bezoeken. Verder informatie krijg je bij “Toerisme Brakel”

Sint-Martinuskerk

kerk

De parochiekerk van Opbrakel is, mede door zijn ligging (+56m) en karaktervolle toren, een van de fraaiste plattelandskerken van de Vlaamse Ardennen. De vroeggotische westtoren – de onderbouw vertoont zelfs Romaanse kenmerken (beschermd sinds 1970) -dateert uit het begin van de 13de eeuw en was in de toenmalige kruiskerk wellicht een vieringtoren. De rest van de kerk is classisistisch en dateert uit het midden van de 18de eeuw. Het grondplan omvat een een voorstaande toren, een driebeukig schip van drie traveeën, een eenbeukig koor van twee traveeën met een rechte sluiting en een sacristie van drie traveeën in het verlengde van het koor. De vierzijdige dikwandige onderbouw van de toren bestaat vooraal uit afgeplatte roestbruine ijzerzandsteen en groene schiefers en is op de hoeken met grotere kubusvormige blokken verstevigd. Het bakstenen segmentboogportaal is een wijziging uit het midden van de 18de eeuw, de zwevende rondboog erboven hoort bij de omranding van een portaal. Samen met de rondboogstructuren en de kijkspelen in de zijgevels zijn we geneigd deze als Romaanse relicten te interpreteren. Een zone met overwegend baksteen en verstevigd met muurankers vormt de bouwkundige bovenbouw die zowel uit baksteen als bleke zandsteen bestaat. De zeven zichtbare galmgaten zijn spitsboogvormig, het achtste gaat schuil achter het zadeldak van het schip. De archaïstische torenromp is met een ingesnoerde, achtzijdige naadspits bekroond.

doopvont

Het bouwjaar “1754” van het schip is op een ongewone als onopvallende plaats in de muurankers geschreven, nl. tegen de boven het koor uitstekende oostgevel van het schip. De natuurstenen sokkel van de zuidbeuk steekt een stuk hoger dan de plint van de noordbeuk. De vensters vertonen een merkwaardige stijlvermenging: classicistische rondboogramen met neogotische maas- en traceerwerk. In een nis tegen de oostgevel van de zuidbeuk staat een kleurrijk calvarietafereel. Het koor uit 1743 heeft een breukstenen onderbouw die opklimt tot aan de onderdorpel van de segmentbogige tweelichten waarvan eveneens traceer- en maaswerk “verweven” is. De sacristie werd met twee traveeën verlengd. Dit leidt men af uit de bouwmaterialen en een overbodige, zandstenen hoekketting.

Het interieur met tongewelven, rondboogvormige scheibogen en Dorische zuilen is bepleisterd en rondom met een houten lambrisering afgewerkt. De 12de eeuwse hardstenen doopvont, versierd met wijnranken en druiventrossen, is Romaans en daarom een van de oudste kerkmeubels in deze regio. Decoratief rococostucwerk (1754) met rocaille- en schelpmotieven siert de plafonds (o.m. de gewelfsleutels) en de muren. Zo brengen medaillons – logo’s noemt men dat vandaag – uit 1754 hulde aan de voornaamste sponsors die de 18de- eeuwse verbouwingen mede financierden, nl. het alliantiewapen van de wereldlijke heer (de familie Maroucx) en het wapenschild van de abt van de abdij van Ename, die hier vanouds (1096-1098) het patronaatsrecht bezat. De 17de -eeuwse portiekaltaren zijn afkomstig uit de vorige kerk, de altaarstukken dateren uit de 18de of het begin van de 19de eeuw en stellen: “Het Laatste Avondmaal” (hoogkoor), een madonnabeeld (noordbeuk) en het “Vertrek van de jonge Tobias” – van de hand van Jozef Paelinck (1781-1839 – (zuidbeuk) voor. Het topstuk van het hoofdaltaar met marmeren tafel voert de liefdadigheid van Sint-Martinus – beeldengroep – ten tonele. Er is een portiekvormig zijaltaar met een beeld van Onze-Lieve-Vrouw met Kind. De rest van het meubilair is 18de eeuws en uitgevoerd in rococo (biechtstoel, preekstoel) of classicisme (koorgestoelte). Het orgel (eind 18de-eeuw) is van de Gentenaar Lambert van Peteghem, de klankkast (1789) van Damianus de Staercke uit Nederbrakel. Er zijn grafstenen uit de 18de en 19de eeuw. De kerk is omringd door een kerkhofmuur en ligt in een gerenoveerde dorpskern.

wapenschild de Colins d'Heetvelde abt van EZna

 

 

 

 

 

 

Verrebeekmolen

Tussen de Dorenbosbeek en de oude spoorweg Brakel-Ronse, op een voor deze regio eerder geringe hoogte van + 50 meter, pronkt de Verrebeekmolen in een als dorpsgezicht beschermde omgeving – 1978 -. Keizer Jozef II gaf in 1788 toestemming tot het bouwen ervan. Naar het origineel en beschermd concept uit 1789-1803 volledig heropgebouwd in 1996, gaat het om de fysisch jongste klassieke windmolen in Vlaanderen. De conisch geconstrueerde, bakstenen grondzeiler heeft een gevlucht van 24,4 meter. De voor Zuid-Oost-Vlaanderen zo typische ajuinkap is met handbewerkte eikenhouten schaliën bedekt. Bij ajuinkappen is de staart met een zadeldak overkapt en zijn de gordingen tot een cirkelvormige constructie uitgewerkt. De daarop vastgepinde convexe ribben convergeren spitsvormig in de nok.

    DSCF5160    P1240945

 

Vertrekkend van biologische geteelde granen produceert de milieuvriendelijke Verrebeekmolen uitsluitend biomeel en -bloem van hoofdzakelijk tarwe, rogge en spelt.De maalvaardige Verrekbeekmolen is elke laatste zondagnamiddag van de maand te bezoeken. Geleide bezoeken zijn ook op andere tijdstippen mits voorafgaande afspraak met de molenaar mogelijk. (info: Infokantoor VVV-Brakel). Over deze molen bestaat een prachtige tweetalige kleurenfolder.

oude pastorie

De Oude pastorie staat vlak bij de Dorenbosbeek. In 1653 was de “kueren hofstede” een eenvoudig huis met een duifhuis onder het dak, de pastoor was een duivenliefhebber. Het huis was omwald. In de Franse tijd kwam het in handen van de gemeente. Ooit was er een hospitaal voor armen en behoeftigen.

merkwaardige hoeven

Het hof ten Bossche. Plateausite op circa 95 m. Zeer oude exploitatiekern tussen het Brakelbos en de N8. Tot aan het eind van de 18de eeuw, een leen van de heerlijkheid Opbrakel. – het huidige woonhuis dateert uit 1791 – Thans vierkantshoeven met 18de eeuwse kern.
hoeve Hof Ten Bossche   P1030768   P1030769
Het hof ter Bruggen. Tenbergen. Dalsite op circa 53 m. Historische pachthoeve. Thans hypermoderne stallingen.

Het hof te Fransbeke. Leinstraat. Hellingsite op + 85 m. Momumentale pachthoeve uit 1737-38 met vierzijdig gesloten grondplan. Thans in lintbebouwing geïntegreerd.

Het hof te Wolfskerke. Wolfskerke. Plateausite op + 93 m. Eertijds pachthoeve van de abdij van Ename. In de Franse tijd kwam heel Wolfkskerke in handen van de familie Mulle de Terschueren van Gent In 1893 voerder senator Mulle er grootse plannen uit: moderne bedrijfsgebouwen, een kippenfokkerij en een melkerij, waarvan de schoorsteen nog te zien is. Ten westen een riante villa in eclectische stijl – Tudorstijl -. Dit Mullens kasteel met indrukwekkende toren en kantelen werd onlangs gerestaureerd. Aan een veldweg richting Zegelsem bevindt zich een ijskelder. (De geschiedenis van deze hoeve is uitvoerig beschreven in het ‘Gedenkboek Opbrakel-900).

Brakelbos

Het Brakelbos behoort tot een taal- en grensoverschrijdend boscomplex (ca. 200ha) op de kruin van de hoge heuvelkam “Kluisberg-Livierenbos”. De Waalse opponent noemt het “Bois du Pottelberg” met middenin het plateaugehucht La Houppe. De hoogste toppen op de kamlijn, in loco tevens de waterscheiding tussen de bekkens van de Zwalm en de Dender, liggen op Waals grondgebied nl. de Pottelberg (+ 158 m) en Mont de Rode (+ 153 m). De hellingen zijn er te steil en de bodems te zandig om aan landbouw te doen; Dit verklaart de aanwezigheid van bossen al kan men het huidige bos bezwaarlijk een natuurlijk bos noemen. Trouwens, precies op deze heuvelkam settelden zich de eerste na-ijse bewoners van deze regio. In het Brakelbos werd archeologisch materiaal uit de Steen- en Bronstijd aangetroffen; Gelegen op de noordflank van de hoge heuvelkam “Kluisberg-Livierenbos”, is het Brakelbos een typisch hellingbos met een grote reliëfintensiteit, variërend tussen + 65 en + 130 meter. Er borrelen talrijke bronnen op. Hun regressieve amfitheaters die het begin zijn van de vertakte bovenloop van de Sassegembeek. Noordwaarts gaat deze beek over in de Molenbeek (Op- en Nederbrakel)en de Zwalmbeek.

DSCF2662   P1280859   P1290300

P1280858   P1280864

20160414_0043   20160412_0074

Het Brakelbos – 52 ha -, is eigendom van het OCMW Oudenaarde en wordt telkens voor een periode van negen jaar aan de gemeente Brakel verpacht. Het valt onder het beheer van Bos & Groen. Sinds 1976 is het openbaar toegankelijk wandelbos (dankzij de toenmalige Opbrakelse vereniging “Sport & Groen – zie het “Gedenkboek” – ). Het is te bereiken via de Brakelbosstraat. Bij de ingang van het bosdomein bevindt zich een infopaneel. Het bos bevat “dreven als kathedralen”. In het Brakelbos herdenkt een kruis uit 1782 de nagedachtenis van Livina Bruggelinck di er in 1738 werd vermoord. Vlakbij het bos ligt het Hof-ten-Bossche, een middeleeuwse exploitatiekern van Opbrakel. Floristisch bestaat het Brakelbos vooral uit zure beukenbossen die in het voorjaar – wanneer de Wilde boshyacint (het Blauwe Kousje) bloeit -omgetoverd worden in een welriekend blauw bloementapijt. In de buurt van de bronnen en in de valleitjes gedijt een vocht- en kalklievende vegetatie met essen en elzen, Reuzenpaardenstaart, Veldkers en Goudveil. Ten westen van het Brakelbos en de oude heerbaan Bavai-Gent ligt het Livierenbos dat zich vrijwel integraal in Wallonië (Bois de La Louvière) uitstrekt. Aansluitend op het Brakelbos ligt het Vlaamse gehucht D’Hoppe in de Waalse gemeente Vloesberg of Flobecq, een heuvelig boslandschap, naaldbomen en beuken.